
IT koopt niet alleen technologie: vier rollen, vier soorten risico
Eén technologiepresentatie, vier reacties. De IT-manager ziet extra beheerlast, de CIO beoordeelt architectuur en security, de CTO denkt aan bouwsnelheid en lock-in, en de head of IT wil weten of zijn groeiende omgeving veiliger wordt. Dezelfde propositie roept vier verschillende beslisvragen op.
De oorspronkelijke Neurofactor-doelgroepkaarten laten dat zien in pijnpunten, grootste angsten, bewijsbehoeften en tijdsweging. De CIO heeft binnen deze vier profielen BIS 8 en k 0,08; de CTO heeft BAS 8 en k 0,30. Maar het echte verschil zit niet in een los cijfer: het zit in de consequentie waarvoor iemand verantwoordelijk is.
Wie aan IT verkoopt, moet dus niet dezelfde demo vier keer tonen. Laat per rol zien welk probleem je oplost, welk risico je beheerst en hoe de koper dat kan toetsen.
Dezelfde demo, vier manieren waarop die kan mislukken
Je laat aan vier IT-beslissers zien hoe een nieuw cloudplatform werk automatiseert en nieuwe mogelijkheden ontsluit. De CTO ziet direct hoe engineers sneller kunnen bouwen. De CIO vraagt wat dit betekent voor architectuur, beveiliging en de governance. De IT-manager wil weten hoeveel tickets en beheerwerk erbij komen. De head of IT vraagt hoe de migratie de groeiende organisatie veilig door de volgende fase helpt.
De belangrijkste ontdekking is niet dat de een innovatiever is dan de ander. De kaarten beschrijven vier verschillende verantwoordelijkheden voor de gevolgen van dezelfde keuze. Daardoor verandert ook wat voor iedere rol een overtuigend bewijsstuk is.
Vier IT-profielen: welk risico ligt op hun bureau?
Deze matrix is rechtstreeks samengesteld uit de velden belangrijkste pijnpunt, grootste angst, bewijs, voorkeurskanaal en gewenste situatie van de vier oorspronkelijke doelgroepkaarten. De samenvattingen zijn redactioneel ingekort; de achterliggende rolbeschrijvingen zijn behouden.
Pijnpunt
- IT-manager
- Tickets en operationele druk in klein team
- CIO
- Legacy, complexe architectuur en digitaliseringsdruk
- CTO
- Technische schuld en te hoge leverdruk
- Head of IT
- Organisch gegroeide, onvoldoende veilige IT
Grootste angst
- IT-manager
- Incident door eigen IT-keuze
- CIO
- Datalek, cyberincident of mislukte migratie
- CTO
- Niet schaalbaar platform of langdurige technische schuld
- Head of IT
- Vermijdbaar incident door onvoldoende inrichting
Gewenste uitkomst
- IT-manager
- Minder tickets, stabiel beheer, rust
- CIO
- Beheerst, compliant landschap dat strategie ondersteunt
- CTO
- Snel en kwalitatief bouwen zonder lock-in
- Head of IT
- Veilige, professionele IT die meegroeit
Bewijs
- IT-manager
- Peerreferenties, certificaten, stabiel trackrecord
- CIO
- Enterprise-referenties, audits, certificaten, analistenrapporten
- CTO
- Documentatie, open benchmarks, community, CTO-referenties
- Head of IT
- Groeibedrijf-referenties, certificaten, implementatiecase
Voorkeursroute
- IT-manager
- Vertrouwde aanbeveling, demo, proefperiode
- CIO
- CIO-netwerk of analist, architectuurgesprek, RFP
- CTO
- Tech-community en peers, eigen proof of concept
- Head of IT
- Peer of leverancier, demo, implementatiegesprek
Tijdshorizon in kaart
- IT-manager
- k 0,15
- CIO
- k 0,08
- CTO
- k 0,30
- Head of IT
- k 0,20

Het verschil zit in wie de gevolgen moet uitleggen
Voor de IT-manager blijft na een aankoop het beheer liggen. Een nieuwe mogelijkheid is pas aantrekkelijk wanneer het team niet opnieuw de brandweer wordt. Bij de CIO ligt de verantwoordingslijn bij directie en toezicht: de architectuur en het risico moeten over meerdere jaren kloppen.
De CTO draagt de kwaliteit en snelheid van de ontwikkeling. Een platform kan vandaag indrukwekkend lijken maar morgen een technische schuld blijken die het team jaren meedraagt. De head of IT moet juist een versnipperde omgeving professionaliseren zonder een nieuw afhankelijkheidsprobleem te maken. Wie die verschillende rekeningen niet begrijpt, praat over features terwijl de koper om beheersbaarheid, bewijs of bouwvrijheid vraagt.
IT-manager: minder beheerwerk is belangrijker dan nog een functie
Het belangrijkste pijnpunt in de kaart is een teveel aan tickets en operationeel werk voor een te klein team. De emotionele pijn is dat de IT-manager voortdurend incidenten moet oplossen, zonder tijd om de omgeving structureel te verbeteren. Verkoop je nieuwe tooling zonder te laten zien wie deze beheert, dan voeg je vooral een nieuwe verantwoordelijkheid toe.
Deze rol verwacht een bewezen oplossing met documentatie, support, een beheerste implementatie en referenties van vergelijkbare organisaties. De eerste geloofwaardige belofte is daarom niet dat alles sneller en slimmer wordt, maar dat de omgeving stabiel blijft en het team minder tijd kwijt is. Vraag in het eerste gesprek hoeveel tickets het team nu verwerkt en wie na livegang welke taak beheert.
CIO: de businesscase is ook een verantwoordingsdossier
De CIO ziet een landschap met legacy, versnipperde applicaties en digitaliseringsdruk. Het grootste risico in de kaart is niet een gemiste feature, maar een beveiligingsincident, datalek of mislukte migratie onder eigen verantwoordelijkheid. De relevante vraag is hoe een oplossing past in het architectuur- en governancekader, welke risico's verschuiven en welke totale kosten volgen.
Daarom volstaat een mooie demo niet. De kaart vraagt om architectuurfit, security-documentatie, total cost of ownership, enterprise-referenties en een zorgvuldig besluitproces. Een CIO kan een goede innovatie afwijzen wanneer implementatie en beheersing onvoldoende inzichtelijk zijn. Dat is geen afkeer van verandering, maar een andere maatstaf voor de kwaliteit van verandering.
CTO: laat zien wat het engineeringteam zelf kan toetsen
De CTO wil de ontwikkelsnelheid en engineeringkwaliteit verhogen zonder een platform in te kopen dat later beperkt of afhankelijk maakt. Technische schuld, schaalbaarheid, cloudkosten en lock-in zijn concreet benoemde bezwaren. Een generiek ROI-deck kan daardoor minder overtuigen dan goede documentatie, een open benchmark en toegang tot engineers.
Het voorkeurskanaal begint volgens de kaart vaak bij technische communities en peers. Vervolgens wil de CTO zelf een proof of concept uitvoeren. Geef toegang tot API's, leg architectuurkeuzes uit en maak een technische stopconditie zichtbaar. De beste demo voor deze rol laat niet alleen zien wat jouw product kan, maar vooral wat zijn team ermee kan bouwen.
Head of IT: professionaliseren zonder een tweede chaos te kopen
De head of IT werkt in het bronprofiel vaak bij een groeiende organisatie waar keuzes jarenlang ad hoc zijn gemaakt. Het kernprobleem is een IT-omgeving die niet veilig of schaalbaar genoeg meer is. De grootste angst is dat een vermijdbaar incident alsnog gebeurt omdat niemand de basis goed heeft geregeld.
Deze rol koopt daarom grip, veiligheid en een haalbare route naar professionalisering. Een implementatiecase uit een vergelijkbaar groeibedrijf, certificeringen, duidelijke begeleiding en een roadmap zijn sterker dan een technisch veelbelovende productpresentatie. De vraag is niet alleen of het platform kan schalen, maar ook of het huidige team de invoering en het beheer kan dragen.
BIS, BAS en k: alle twaalf oorspronkelijke profielwaarden
De cijfers staan in de doelgroepkaart IT & Technologie, rijen 44-46. BIS en BAS zijn beschrijvende dimensies op een schaal van 0 tot 10. De afzonderlijke k-parameter beschrijft de tijdsweging binnen dit profielmodel. k is geen percentage of aankoopkans en hoort niet op dezelfde as als BIS of BAS.
BIS (0-10)
- IT-manager
- 7
- CIO
- 8
- CTO
- 5
- Head of IT
- 6
BAS (0-10)
- IT-manager
- 4
- CIO
- 5
- CTO
- 8
- Head of IT
- 6
k (eigen schaal)
- IT-manager
- 0,15
- CIO
- 0,08
- CTO
- 0,30
- Head of IT
- 0,20
Waarom de hoogste BIS en de hoogste BAS toch samen kunnen kopen
De CIO heeft in de vier kaarten de hoogste BIS-score, 8, en de laagste k-waarde, 0,08. Dat past bij strategische risicobeheersing over meerdere jaren. De CTO heeft de hoogste BAS-score, 8, en k 0,30. In die rol krijgen technische mogelijkheden en eerder ontwikkelresultaat relatief meer gewicht.
Dat betekent niet dat de CIO geen innovatie wil of dat de CTO risico negeert. De kaart noemt bij de CTO juist expliciet lock-in en technische schuld als af te wijzen risico's. Bovendien is k geen stopwatch waarmee je kunt voorspellen hoe snel een specifieke persoon tekent. De waarden helpen je de eerste vragen en bewijsvorm te kiezen, waarna je de werkelijke context toetst.
Eén cloudplatform. Vier andere vragen.
Stel dat je een platform aanbiedt dat processen automatiseert, API's ontsluit en cloudbeheer vereenvoudigt. Het volgende is een fictief verkoopscenario, geen geobserveerde Neurofactor-test.
De IT-manager vraagt: wie vangt incidenten op, hoeveel werk levert de migratie op en daalt het ticketvolume? De CIO vraagt: past dit binnen onze architectuur, security-eisen, totale kosten en governance? De CTO vraagt: kan mijn team via API's een eigen proof of concept draaien zonder lock-in? De head of IT vraagt: brengt dit ons veilig van ad hoc beheer naar een schaalbare inrichting, zonder dat mijn team overvraagd wordt?
Viermaal hetzelfde platform. Vier verschillende voorwaarden om verder te praten. Een productdemo die alle vier meteen dezelfde slides toont, mist precies het verschil dat de doelgroepkaart zichtbaar maakt.

Wat verander je aan je pitch en bewijs?
Een functieprofiel is nuttig als het je commerciële voorbereiding verandert. Gebruik bij ieder gesprek eerst de kaart en controleer vervolgens welke verantwoordelijkheden, bestaande systemen en beslissers daadwerkelijk aanwezig zijn.
- IT-manager: open met beheerlast, support, migratiewerk en bewezen stabiliteit. Toon een implementatieplan dat het team niet extra belast.
- CIO: open met architectuurfit, security, compliance en totale kosten. Breng een risico-overzicht, governance-afspraken en referenties op CIO-niveau mee.
- CTO: open met een technisch probleem dat het team zelf herkent. Lever documentatie, API-toegang, open benchmarks en een afgebakende proof of concept.
- Head of IT: begin bij de huidige risico's en volwassenheid van de omgeving. Laat een haalbare roadmap en een begeleide implementatie zien.
- Respecteer de voorkeursroute: vertrouwde leverancier voor IT-manager, CIO-netwerk en architectuurgesprek voor CIO, technische community voor CTO, peers plus implementatiegesprek voor head of IT.
- Maak het besluitpad expliciet: wie initieert, wie toetst techniek en security, wie financiert en wie draagt na aanschaf de operationele gevolgen?
Vier bruikbare openingszinnen voor hetzelfde aanbod
De voorbeelden hieronder zijn redactionele toepassingen van de kaarten, geen geteste slogans of letterlijke respondentcitaten.
- IT-manager: "Welke beheerhandelingen en tickets moeten wegvallen voordat dit voor jouw kleine team echt een verbetering is?"
- CIO: "Welke eisen aan architectuur, governance en security moeten aantoonbaar zijn afgedekt voordat dit in de roadmap past?"
- CTO: "Welke technische proef zou jouw engineers overtuigen dat dit sneller schaalt zonder onnodige afhankelijkheid?"
- Head of IT: "Welke drie risico's wil je tijdens de volgende groeifase oplossen, en welke begeleiding heb je nodig om dat veilig te doen?"
En als CIO, CTO en beheer samen beslissen?
In echte inkooptrajecten kunnen deze functies elkaar aanvullen. De CTO kan technisch enthousiast zijn en toch afhankelijk zijn van een CIO die architectuur en risico beoordeelt. De IT-manager moet het systeem kunnen beheren en de head of IT kan het implementatiepad bewaken.
Maak daarom geen vier tegenstrijdige proposities. Werk met een gedeelde basis - aantoonbaar probleem, verwacht resultaat, randvoorwaarden en implementatie - en vier bewijsbijlagen. Benoem waar trade-offs zitten: bijvoorbeeld sneller lanceren tegenover extra beheerrisico, of vrijheid voor engineers tegenover governance. Een besluit wordt sterker wanneer iedere rol ziet hoe zijn eigen risico serieus wordt genomen.
Wat een breed functieprofiel zegt en wat niet
Deze functieprofielen zijn gebaseerd op terugkerende patronen uit onderzoeken die Neurofactor over meerdere jaren bij deze en vergelijkbare doelgroepen heeft uitgevoerd. Daarmee vormen ze een onderbouwd breed uitgangspunt voor communicatie en verkoop. Ze beschrijven niet letterlijk iedere individuele IT-manager, CIO, CTO of head of IT.
Sector, organisatiegrootte, de aanwezige techstack, mate van regulering, prijs, product of dienst en keuzecontext kunnen de accenten verschuiven. Een CIO in een kleine organisatie kan hands-on ontwikkelen; een CTO in een streng gereguleerde organisatie kan zelf de zwaarste governancevragen stellen. De scores zijn geen individuele EEG-diagnose en de kaart bewijst niet dat een bepaalde aanpak bij iedere koper werkt.
Wil je weten hoe dit profiel eruitziet voor jouw specifieke propositie? Dan vertalen we het brede patroon naar een concrete doelgroepkaart met bewijsbehoeften en een associatiekaart rond jouw product, dienst en keuzecontext. Zo wordt zichtbaar welke belofte, risico's, bezwaren en associaties bij jouw aanbod werkelijk centraal staan.
Wil je weten hoe IT-managers, CIO's, CTO's of heads of IT naar jouw product of dienst kijken? Neem contact op met Neurofactor en laat het brede profiel vertalen naar jouw propositie.
Op LinkedIn is de invalshoek net zo belangrijk als het bereik
De kanaalvelden in de kaarten laten zien dat alle vier op LinkedIn aanwezig kunnen zijn, maar daarnaast andere informatiebronnen gebruiken. De IT-manager leest Tweakers, vakmedia en leveranciersupdates. De CIO volgt vakmedia en analistenrapporten. De CTO beweegt ook in GitHub, Hacker News, X en tech-podcasts. De head of IT gebruikt onder meer Tweakers, vendorcommunities en webinars.
Daarom geef je de IT-manager een compacte implementatiecase met meetbare vermindering van beheerlast, de CIO een inhoudelijke architectuur- en risicobijdrage, de CTO een technische demo met documentatie en de head of IT een groeiscenario met stappenplan. Dit zijn voorstellen vanuit de profielkaarten, geen gemeten kanaalconversieratio's.
Bekijk ook hoe tone of voice en bezwaren onderdeel van een doelgroepkaart worden. In de vervolgartikelen gaan we dieper in op CIO versus CTO en IT-manager versus head of IT.
Je verkoopt geen technologie aan een functietitel
De ene IT-beslisser moet een incident voorkomen, de andere de architectuur verdedigen, een derde het engineeringteam sneller laten bouwen en een vierde een groeiende omgeving professionaliseren. Dat is waarom hetzelfde aanbod bij vier mensen een andere vraag activeert.
Een sterke IT-propositie legt dus niet alleen uit wat de technologie kan. Ze maakt per rol zichtbaar welke consequentie beter wordt, welk risico beheerst blijft en welk bewijs nodig is om de beslissing te dragen. Eerst het beslisprobleem, dan pas de features.
Begrippen
- IT-manager
- Leidinggevende die in dit profiel werkplekken, applicaties, leveranciers en dagelijkse IT-stabiliteit bewaakt.
- CIO
- Chief information officer: eindverantwoordelijke voor IT-strategie, architectuur en informatievoorziening in de organisatie.
- CTO
- Chief technology officer: technisch leider van product- en engineeringkeuzes, gericht op kwaliteit en schaalbaarheid.
- Head of IT
- Leidinggevende die de IT-functie professionaliseert en organisatiegroei operationeel veilig mogelijk maakt.
- BIS
- Behavioral inhibition system: in dit profielmodel de gevoeligheid voor risico en mogelijke negatieve consequenties, weergegeven op een 0-10-schaal.
- BAS
- Behavioral activation system: in dit profielmodel de gerichtheid op kansen en gewenste uitkomsten, weergegeven op een 0-10-schaal.
- Delay-discount-rate (k)
- Parameter die beschrijft hoe sterk latere uitkomsten relatief minder wegen; geen percentage of voorspelde aankoopkans.
- Doelgroepkaart
- Breed of productspecifiek profiel met onder meer pijnpunten, doelen, angsten, bezwaren en bewijsbehoeften.
- Associatiekaart
- Onderzoekskaart van betekenissen en associaties die rond een specifiek merk, product of dienst in een keuzecontext worden geactiveerd.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen verkopen aan een CIO en een CTO?
De CIO wil vooral aantonen dat een oplossing past bij architectuur, beveiliging, compliance en strategische doelen. De CTO wil technische kwaliteit, bouwsnelheid en schaalbaarheid toetsen, bij voorkeur via documentatie en een proof of concept.
Welk bewijs vraagt een IT-manager?
Volgens de doelgroepkaart vooral referenties van vergelijkbare organisaties, certificeringen, een betrouwbaar trackrecord, support en een beheerste implementatie die het team daadwerkelijk ontlast.
Waarom wil een head of IT een implementatieroadmap?
Deze rol moet een organisch gegroeide omgeving professionaliseren. De roadmap maakt zichtbaar hoe risico's worden verminderd zonder dat een klein team door de invoering wordt overvraagd.
Betekent BIS 8 dat iedere CIO verandering afwijst?
Nee. BIS 8 is een waarde binnen een breed Neurofactor-functieprofiel. De CIO kan juist innovatie stimuleren wanneer risico's, architectuurfit en governance overtuigend zijn onderbouwd.
Wat betekent k 0,30 bij de CTO?
De kaart beschrijft daarmee een relatief sterkere weging van eerder resultaat dan bij de CIO met k 0,08. Het is geen percentage, besluittermijn of individuele aankoopvoorspelling.
Hoe maak je deze profielen bruikbaar voor mijn IT-product?
Combineer het brede functieprofiel met een productspecifieke doelgroepkaart en associatiekaart. Onderzoek daarmee welke concrete angsten, associaties en bewijsstukken in jouw markt en aankoopcontext beslissend zijn.
Bronnen
- 1.Behavioral Inhibition, Behavioral Activation, and Affective Responses to Impending Reward and Punishment: The BIS/BAS Scales - Carver & White / Journal of Personality and Social Psychology (1994)
- 2.Time Discounting and Time Preference: A Critical Review - Frederick, Loewenstein & O'Donoghue / Journal of Economic Literature (2002)
Verwante onderwerpen
Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 9-10-2026
Martijn den Otter
Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.
LinkedIn →