Neurofactor
Terug naar de kennisbank
Motivatie en drijfveren

Internalisatie: betekenis en toepassing

Internalisatie uitgelegd: hoe mensen een regel of waarde als eigen gaan ervaren, waarom dat fragiel is en hoe je het onderzoekt en verantwoord bevordert.

Martijn den Otter 9 min leestijd2-10-2026
Internalisatie: betekenis en toepassing

Een organisatie kan een regel invoeren, maar niet voorschrijven dat mensen die regel als hun eigen regel ervaren. Toch maakt dat verschil: volgt iemand een afspraak alleen als er iemand meekijkt, of omdat hij die zelf belangrijk vindt? Internalisatie beschrijft hoe een opgelegde regel, waarde of rol stap voor stap iets eigens kan worden.

Internalisatie is het proces waarin iemand een waarde, regel of rol die eerst van buiten kwam, gaandeweg als eigen gaat ervaren.

De zelfdeterminatietheorie beschrijft een glijdende schaal: van gedrag onder externe druk, via gedrag uit schuldgevoel, naar gedrag dat iemand zelf belangrijk vindt. Hoe vollediger de internalisatie, hoe stabieler het gedrag doorgaans blijft.

Wat betekent internalisatie?

Internalisatie is het proces waarin iemand een waarde, regel of rol die eerst van buiten kwam, overneemt en gaandeweg als eigen gaat ervaren. Ryan en Deci omschrijven internalisatie als het opnemen van een waarde of regel, en integratie als de verdere stap waarin die regel voortaan uit iemands eigen zelfbeeld voortkomt (Ryan & Deci, 2000).

Het gaat om gedrag dat niet vanzelf aantrekkelijk is, zoals een veiligheidsprocedure. Twee mensen kunnen dezelfde regel even nauwkeurig volgen: de een vanwege een mogelijke sanctie, de ander omdat hij de regel zinvol vindt. Internalisatie is bovendien geleidelijk; een regel kan deels zijn overgenomen en toch als druk voelen.

Waar komt het begrip vandaan?

In de sociale psychologie onderscheidde Herbert Kelman in 1958 drie processen van attitudeverandering: compliance (meegaandheid), identificatie en internalisatie (Kelman, 1958).

De uitwerking die nu het meest wordt gebruikt, komt uit de zelfdeterminatietheorie (self-determination theory) van Edward Deci en Richard Ryan. De deeltheorie organismic integration theory beschrijft vormen van extrinsieke motivatie en de omstandigheden die internalisatie bevorderen of belemmeren (Ryan & Deci, 2000; Deci & Ryan, 2000). Hun handboek uit 2017 wijdt er een apart hoofdstuk aan (Ryan & Deci, 2017). Empirisch werkten Ryan en Connell het continuüm uit door scholieren te vragen waarom ze bijvoorbeeld huiswerk maakten (Ryan & Connell, 1989).

Het continuüm: van opgelegd naar eigen

De zelfdeterminatietheorie onderscheidt vier vormen van regulatie bij gedrag dat niet uit zichzelf aantrekkelijk is (Ryan & Deci, 2000; Deci & Ryan, 2000):

  • Externe regulatie: je doet iets voor een beloning of om straf te vermijden.
  • Geïntrojecteerde regulatie: je hebt de regel overgenomen zonder hem te aanvaarden en handelt om schuld of schaamte te vermijden of trots te voelen.
  • Geïdentificeerde regulatie: je ziet de waarde van het gedrag in en vindt het persoonlijk belangrijk.
  • Geïntegreerde regulatie: de regel past bij je andere waarden en je zelfbeeld; de meest volledige vorm van internalisatie.

Daarnaast bestaan amotivatie en intrinsieke motivatie (voldoening in de activiteit zelf), waarbij niets hoeft te worden overgenomen. Intrinsieke motivatie, identificatie en integratie heten samen autonome motivatie, externe en geïntrojecteerde regulatie gecontroleerde motivatie (Gagné & Deci, 2005). Introjectie komt dus van binnenuit en voelt toch als druk.

Wat zegt het onderzoek?

Ryan en Connell vonden in acht steekproeven van scholieren dat redenen die op de schaal naast elkaar liggen sterker samenhingen dan redenen verder uit elkaar. Geïntrojecteerde redenen hingen het sterkst samen met angstversterking na een tegenvaller; niet-externe redenen met meer gerapporteerde inzet (Ryan & Connell, 1989).

Een meta-analyse van 486 steekproeven met ruim 205.000 deelnemers ondersteunde de continuümordening grotendeels. Wel was geïntegreerde regulatie nauwelijks te onderscheiden van geïdentificeerde regulatie, en lag introjectie ongeveer even ver van externe als van geïdentificeerde regulatie (Howard e.a., 2017).

Voor werk vond een meta-analyse van 124 steekproeven dat intrinsieke motivatie het sterkst samenhing met welzijn en werkhouding en geïdentificeerde regulatie met prestatie. Introjectie had gemengde uitkomsten; externe regulatie ging samen met minder welzijn (Van den Broeck e.a., 2021). Dit onderzoek is grotendeels correlationeel: het toont samenhang, geen oorzaak.

Waarom internalisatie fragiel kan zijn

Deci en Ryan beschrijven externe regulatie als slecht vol te houden en slecht over te dragen naar nieuwe situaties. Geïntrojecteerde regulatie houdt vaker stand, maar blijft volgens hen relatief instabiel (Deci & Ryan, 2000). Uit de theorie volgen drie redenen. Dit zijn interpretaties, geen afzonderlijk getoetste wetten:

  • Het gedrag leunt op toezicht of schuldgevoel. Valt de controle weg of weegt andere druk zwaarder, zoals tijdsdruk, dan verliest de regel houvast.
  • De context verandert. Omgevingen leveren volgens Ryan en Deci alleen autonome regulatie op als mensen zich er competent, verbonden en autonoom kunnen voelen (Ryan & Deci, 2000). Een nieuwe leidinggevende of reorganisatie kan dat wegnemen.
  • De regel botst met andere waarden, bijvoorbeeld veiligheid met tempo. Dan kan een regel die eigen leek weer als opgelegd voelen.

Wat je vandaag meet, kan bij een volgende verandering dus verschuiven.

Internalisatie naast verwante begrippen

Begrip Waar het over gaat Typische reden Wat het niet zegt
Externe regulatie Beloning of straf "Anders krijg ik een waarschuwing." Of het gedrag zonder toezicht blijft
Introjectie Overgenomen, niet aanvaard "Ik zou me schuldig voelen." Dat iemand de regel onderschrijft
Identificatie Waarde van het gedrag erkend "Ik vind het zelf belangrijk." Dat de regel bij alle waarden past
Integratie Past bij eigen waarden en zelfbeeld "Dit hoort bij hoe ik werk." Dat het gedrag leuk is
Intrinsieke motivatie Voldoening in de activiteit zelf "Ik doe het graag." Dat er iets is geïnternaliseerd

Voor wat een groep in het algemeen belangrijk vindt, zie Wat zijn waarden en visie van een doelgroep? en Wat zijn emotionele drijfveren van een doelgroep?.

Hoe onderzoek je internalisatie?

De meest gebruikte aanpak komt van Ryan en Connell: mensen beoordelen bij een vraag als "Waarom doe je dit?" per reden hoe waar die voor hen is, en elke reden hoort bij een vorm van regulatie (Ryan & Connell, 1989). Voor werk, onderwijs, gezondheid en sport bestaan aangepaste vragenlijsten (self-regulation questionnaires).

De scores kun je apart gebruiken of combineren tot een relative autonomy index (RAI), een gewogen som waarin gecontroleerde redenen negatief en autonome redenen positief tellen (Deci & Ryan, 2000). Howard en collega's wijzen erop dat de gewichten weinig empirische onderbouwing hebben, dat zo'n verschilscore weinig betrouwbaar kan zijn en dat je niet meer ziet welke vorm van motivatie welk effect heeft. Multidimensionale scoringsmethoden voorspelden ongeveer 30 tot 40 procent meer variantie (Howard e.a., 2020).

Verder gaat het om zelfrapportage, is één meting een momentopname en beschrijven gemiddelden een groep, geen individu. Open associaties (Hoe meet je associaties?) kunnen laten zien welke betekenis mensen aan een regel geven; dat is een redactionele aanvulling, geen gevalideerd instrument.

Wat kunnen organisaties doen?

In een laboratoriumexperiment van Deci, Eghrari, Patrick en Leone bevorderden drie factoren de internalisatie van een saaie maar belangrijke taak: een betekenisvolle uitleg, erkenning dat iemand de taak misschien niet interessant vindt, en nadruk op keuze in plaats van controle (Deci e.a., 1994). Met twee of drie factoren was de internalisatie geïntegreerd: meer tijd aan de taak ging samen met meer gerapporteerde waardering en vrijheid. Met nul of één factor was ze geïntrojecteerd: daar hing het gedrag negatief samen met die zelfrapportage (Gagné & Deci, 2005).

Voor organisaties zijn dit werkhypothesen, geen garanties:

  • Leg de reden uit: welk probleem lost de regel op en waarom deze oplossing?
  • Erken bezwaren, zoals tijd of gemak. Zie ook Wat zijn bezwaren in een doelgroepkaart?.
  • Geef keuzeruimte waar die bestaat, bij een verplichte regel vaak in de manier van invoeren, en vermijd onnodig controlerende taal.

In een veldvoorbeeld van Gagné en Deci ging ervaren autonomie-ondersteuning van leidinggevenden samen met meer geïnternaliseerde motivatie voor een nieuw programma; samenhang, geen bewezen oorzaak.

Ethiek: waar ligt de grens?

Internalisatie bevorderen wordt manipulatie als mensen iets van harte moeten willen wat niet in hun belang is. Redactionele uitgangspunten:

  • Eerlijke uitleg: geef de werkelijke redenen, ook als die minder overtuigend klinken.
  • Bezwaren serieus nemen: is een bezwaar terecht, pas dan de regel aan en niet alleen de communicatie.
  • Geen meting tegen individuen: verwerk motivatievragenlijsten anoniem of op groepsniveau, met duidelijke doelinformatie, vrijwillige deelname en aandacht voor de AVG.
  • Verplicht blijft verplicht: bij veiligheidskritische regels vult internalisatie toezicht en technische maatregelen aan, maar vervangt ze niet.

Zie ook Neuromarketing en ethiek: welke afwegingen zijn belangrijk?.

Stappenplan: internalisatie onderzoeken

  1. Beschrijf de regel, waarde of rol en voor wie die geldt.
  2. Bepaal je vraag: huidige redenen, verandering na een aanpassing of stabiliteit over tijd.
  3. Kies een vragenlijst naar redenen en rapporteer de afzonderlijke schalen.
  4. Voeg open vragen of associaties toe over betekenis en bezwaren.
  5. Verzamel anoniem en noteer context zoals afdeling, dienst en toezicht.
  6. Analyseer op groepsniveau en formuleer hypothesen.
  7. Toets een aanpassing en meet opnieuw, ook na latere veranderingen.

Fictief voorbeeld: een nieuwe veiligheidsregel in een productiebedrijf

Dit voorbeeld is fictief. Er zijn geen uitkomsten bekend.

Situatie en keuzevraag. Een fictief productiebedrijf voert in dat een machine bij elke storing eerst wordt vergrendeld voordat iemand ingrijpt. In de dagdienst wordt de regel goed nageleefd, in de nachtdienst met minder toezicht minder vaak. Volgen medewerkers de regel vooral vanwege controle, of zien ze zelf het belang?

Beschikbare informatie. Naleving per dienst en opmerkingen dat vergrendelen tijd kost.

Passende aanpak. Een korte anonieme vragenlijst met redenen, zoals "omdat ik anders een waarschuwing krijg" (extern), "omdat ik me schuldig zou voelen als er iets gebeurt" (geïntrojecteerd) en "omdat ik het belangrijk vind voor mijn veiligheid" (geïdentificeerd). Daarnaast een open prompt ("De vergrendelregel betekent voor mij…") en groepsgesprekken over bezwaren.

Mogelijke interpretatie. Overheersen externe redenen en gaan associaties vooral over tijdverlies, dan is een hypothese dat naleving afhangt van toezicht. Ook roosters of beschikbare sloten kunnen meespelen.

Vervolgstap. Uitleg over het risico, erkenning van de tijdskosten en meedenken over sneller vergrendelen; de regel blijft verplicht. Naleving per dienst en de vragenlijst zijn vooraf als uitkomstmaten vastgelegd en worden na enkele maanden herhaald.

Veelgemaakte fouten

  • Naleving lezen als internalisatie: gedrag onder toezicht zegt weinig over de reden.
  • Introjectie aanzien voor overtuiging: schuldgevoel drijft gedrag aan en voelt toch als druk.
  • Alleen een index gebruiken: de RAI verbergt welke motivatievorm speelt.
  • Eenmalig meten: internalisatie kan verschuiven bij nieuwe druk of context.
  • Uitleg in plaats van een betere regel: terechte bezwaren los je zo niet op.

Wat kun je wel en niet concluderen?

  • Wel: beschrijven welke redenen in een groep overheersen en hypothesen formuleren over kwetsbare naleving.
  • Niet: individueel gedrag voorspellen uit groepspatronen.
  • Niet: uit samenhang afleiden dat een aanpassing internalisatie veroorzaakt; daarvoor is een vergelijkende opzet nodig.
  • Niet: aannemen dat bevindingen uit onderwijs of laboratorium zonder meer gelden in jouw organisatie.

Conclusie

Internalisatie beschrijft hoe een opgelegde regel, waarde of rol iets eigens wordt. De zelfdeterminatietheorie ordent dat van extern via geïntrojecteerd en geïdentificeerd naar geïntegreerd, en meta-analyses ondersteunen die ordening grotendeels. Gedeeltelijke internalisatie is fragiel. Onderzoek daarom de redenen achter gedrag en ondersteun internalisatie met eerlijke uitleg, erkenning van bezwaren en echte keuzeruimte.

Begrippen

internalisatie
Het proces waarin iemand een waarde, regel of rol die eerst van buiten kwam, overneemt en gaandeweg als eigen gaat ervaren; in de zelfdeterminatietheorie beschreven als een continuüm van externe via geïntrojecteerde en geïdentificeerde naar geïntegreerde regulatie.
introjectie (geïntrojecteerde regulatie)
Een gedeeltelijke vorm van internalisatie waarbij iemand een regel heeft overgenomen zonder hem echt te aanvaarden en handelt om schuld, schaamte of angst te vermijden of om trots te voelen; geldt als gecontroleerde motivatie en als relatief instabiel.

Veelgestelde vragen

Wat betekent internalisatie?

Internalisatie is het proces waarin iemand een waarde, regel of rol die eerst van buiten kwam, als eigen gaat ervaren. In de zelfdeterminatietheorie loopt dat van externe regulatie via introjectie en identificatie naar integratie.

Wat is het verschil tussen introjectie en identificatie?

Bij introjectie is een regel overgenomen zonder hem te aanvaarden en handelt iemand om schuld of schaamte te vermijden. Bij identificatie ziet iemand zelf de waarde van het gedrag. Introjectie geldt als gecontroleerde, identificatie als autonome motivatie.

Waarom kan internalisatie terugvallen?

Gedeeltelijk geïnternaliseerde regels leunen op toezicht of schuldgevoel en zijn volgens Deci en Ryan relatief instabiel. Zonder toezicht, onder andere druk of in een nieuwe context kan het gedrag afnemen.

Hoe meet je internalisatie?

Meestal met een vragenlijst waarin mensen per reden aangeven hoe waar die is voor hun gedrag, volgens de aanpak van Ryan en Connell. Rapporteer de afzonderlijke schalen, meet herhaald en interpreteer op groepsniveau.

Hoe bevorder je internalisatie in een organisatie?

Experimenteel onderzoek van Deci en collega's wijst op een betekenisvolle uitleg, erkenning van gevoelens en nadruk op keuze in plaats van controle. In een organisatie zijn dat werkhypothesen om te toetsen, geen garanties.

Wat is een praktisch voorbeeld van internalisatie?

Medewerkers volgen een nieuwe vergrendelregel overdag goed, maar 's nachts minder. Een vragenlijst naar redenen kan laten zien of externe redenen overheersen. Uitleg, erkenning van tijdskosten en inspraak zijn dan aanpassingen om te toetsen.

Bronnen

  1. 1.Kelman (1958). Compliance, identification, and internalization: Three processes of attitude change. - Journal of Conflict Resolution, 2(1), 51–60 (1958)
  2. 2.Ryan & Connell (1989). Perceived locus of causality and internalization: Examining reasons for acting in two domains. - Journal of Personality and Social Psychology, 57(5), 749–761 (1989)
  3. 3.Deci e.a. (1994). Facilitating internalization: The self-determination theory perspective. - Journal of Personality, 62(1), 119–142 (1994)
  4. 4.Deci & Ryan (2000). The "what" and "why" of goal pursuits: Human needs and the self-determination of behavior. - Psychological Inquiry, 11(4), 227–268 (2000)
  5. 5.Ryan & Deci (2000). Self-determination theory and the facilitation of intrinsic motivation, social development, and well-being. - American Psychologist, 55(1), 68–78 (2000)
  6. 6.Gagné & Deci (2005). Self-determination theory and work motivation. - Journal of Organizational Behavior, 26, 331–362 (2005)
  7. 7.Ryan & Deci (2017). Self-determination theory: Basic psychological needs in motivation, development, and wellness. - Guilford Press (ISBN 9781462528769) (2017)
  8. 8.Howard e.a. (2017). Testing a continuum structure of self-determined motivation: A meta-analysis. - Psychological Bulletin, 143(12), beginpagina 1346 (2017)
  9. 9.Van den Broeck e.a. (2021). Beyond intrinsic and extrinsic motivation: A meta-analysis on self-determination theory's multidimensional conceptualization of work motivation. - Organizational Psychology Review, 11(3), 240–273 (2021)
  10. 10.Howard e.a. (2020). A review and empirical comparison of motivation scoring methods: An application to self-determination theory. - Motivation and Emotion, 44, 877–904 (2020)

Verwante onderwerpen

Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 1-10-2026

Martijn den Otter

Martijn den Otter

Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.

LinkedIn →