Copingstrategie: betekenis en toepassing
Lees wat copingstrategie betekent, hoe je het toepast en welke grenzen gelden. Met uitleg, een praktijkvoorbeeld en aandacht voor onderbouwing.

Je verandert iets wat mensen dagelijks doen en ziet dat de een meteen gaat plannen, terwijl de ander uitstelt of zich terugtrekt. Dat zijn manieren om met een belastende situatie om te gaan, ook wel copingstrategieën. Je leest waar het begrip vandaan komt, hoe onderzoekers coping indelen en hoe je het zorgvuldig gebruikt in doelgroep- en communicatieonderzoek.
Een copingstrategie is een manier waarop mensen proberen om te gaan met spanning of met eisen die zij als belastend ervaren: door iets aan de situatie te doen, door hun gevoelens erover te reguleren of door zich erop voor te bereiden.
Het begrip komt uit het transactionele stressmodel van Lazarus en Folkman. Coping is daarin een proces dat per situatie verandert, geen vaste eigenschap. In doelgroeponderzoek beschrijf je hoe groepen in een bepaalde context met een belasting omgaan, zonder individuen een diagnose of label te geven.
Waar komt het begrip copingstrategie vandaan?
Het huidige begrip coping gaat grotendeels terug op het werk van Richard Lazarus en Susan Folkman. In hun boek Stress, Appraisal, and Coping (1984) beschrijven zij stress als een relatie tussen persoon en omgeving, niet als een eigenschap van de situatie alleen (Lazarus & Folkman, 1984). Dat wordt het transactionele stressmodel genoemd.
Coping is in die traditie gedefinieerd als de steeds veranderende cognitieve en gedragsmatige inspanningen van iemand om specifieke externe en/of interne eisen te hanteren die hij beoordeelt als belastend of als groter dan zijn hulpbronnen (Folkman e.a., 1986, met verwijzing naar Lazarus & Folkman, 1984). Coping verwijst dus naar de inspanning zelf en hangt af van hoe iemand de situatie beoordeelt.
Die beoordeling heet cognitieve appraisal. Bij de primaire appraisal gaat iemand na of er in deze situatie iets op het spel staat. Bij de secundaire appraisal gaat iemand na wat er eventueel gedaan kan worden om schade te voorkomen of de vooruitzichten te verbeteren (Folkman e.a., 1986). In hun onderzoek bij 85 echtparen, zes maanden lang maandelijks geïnterviewd, varieerde coping met wat er op het spel stond en welke mogelijkheden mensen zagen.
Hoe wordt coping ingedeeld?
Probleemgericht en emotiegericht
De bekendste indeling onderscheidt twee functies van coping: het veranderen van de verstoorde verhouding tussen persoon en omgeving (probleemgerichte coping) en het reguleren van belastende emoties (emotiegerichte coping) (Folkman e.a., 1986). Een medewerker die een werkschema aanpast, werkt probleemgericht. Een medewerker die de situatie positief herformuleert of steun zoekt om zijn ergernis kwijt te raken, werkt emotiegericht.
De COPE en de Brief COPE
Carver, Scheier en Weintraub (1989) werkten de indeling verder uit in de COPE, een vragenlijst met dertien schalen. Vijf schalen gaan over probleemgerichte coping, zoals actieve coping, planning en het onderdrukken van concurrerende activiteiten. Vijf gaan over emotiegerichte coping, zoals emotionele steun zoeken, positieve herinterpretatie en acceptatie. Drie schalen beschrijven reacties die volgens de auteurs mogelijk minder nuttig zijn, waaronder gedragsmatige ontkoppeling (Carver e.a., 1989).
Carver (1997) publiceerde later de Brief COPE: veertien schalen met elk twee items. Carver benadrukt dat er geen totaalscore bestaat en beveelt geen manier aan om een dominante copingstijl te berekenen (Carver, 1997; toelichting van de auteur). De vragenlijst kan situationeel worden ingezet, over één bepaalde gebeurtenis.
Kritiek op de indelingen
Skinner, Edge, Altman en Sherwood (2003) analyseerden honderd copingmetingen en verzamelden ongeveer vierhonderd manieren van coping. Zij adviseerden de drie meest gebruikte hogere indelingen (probleem- tegenover emotiegericht, toenadering tegenover vermijding, cognitief tegenover gedragsmatig) niet langer te gebruiken. In plaats daarvan stelden zij hiërarchische systemen van actietypen voor en identificeerden zij dertien mogelijke kernfamilies van coping (Skinner e.a., 2003). Ook Folkman en Moskowitz (2004) noemden meting, benamingen en effectiviteit als hoofduitdagingen (Folkman & Moskowitz, 2004). Een indeling helpt bij ordenen, maar blijft een keuze van de onderzoeker.
Proactieve coping
Aspinwall en Taylor (1997) verlegden de aandacht naar het moment vóór een belasting. Proactieve coping betreft het anticiperen op of opmerken van mogelijke stressoren en het vooraf handelen om ze te voorkomen of hun impact te beperken. Hun model kent vijf fasen: hulpbronnen opbouwen, stressoren herkennen, een eerste appraisal, eerste copingpogingen en het gebruiken van feedback over die pogingen (Aspinwall & Taylor, 1997). Bij aangekondigde veranderingen reageren mensen dus al voordat de verandering er is.
Is een copingstrategie goed of slecht?
Niet vanzelf. In het onderzoek van Folkman en collega's gingen als bevredigend beoordeelde afloopsituaties samen met meer planmatig probleemoplossen en positieve herwaardering. De auteurs merkten op dat hun cross-sectionele, retrospectieve opzet geen oorzakelijke conclusies toelaat en dat effecten ook in omgekeerde richting kunnen lopen (Folkman e.a., 1986).
Bonanno en Burton (2013) noemen de aanname dat bepaalde strategieën altijd helpen of altijd schaden de fallacy of uniform efficacy. Zij stellen regulatieve flexibiliteit voor, met drie onderdelen: gevoeligheid voor de context, een gevarieerd repertoire aan strategieën en reageren op feedback (Bonanno & Burton, 2013). Een meta-analyse van Cheng, Lau en Chan (2014) over 329 studies met 58.946 deelnemers vond een klein tot middelgroot gemiddeld verband tussen copingflexibiliteit en psychologische aanpassing (r = 0,23; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,19–0,28). De sterkte verschilde met de manier waarop flexibiliteit werd gedefinieerd (Cheng e.a., 2014).
Uitstellen kan dus vermijding zijn, maar ook bewust wachten op een beter moment. Terugtrekken kan ontkoppeling zijn, maar ook even op adem komen. Beoordeel een strategie daarom in samenhang met de situatie.
Gedragspatronen als redactionele werkindeling
In doelgroepbeschrijvingen gebruikt Neurofactor soms herkenbare gedragspatronen om te beschrijven hoe een groep met een belasting omgaat: overcompenseren, prioriteren, afbakenen, uitstellen, terugtrekken of blokkeren. Dit is een redactionele werkindeling om observaties te ordenen: geen gevalideerde typologie, geen meetinstrument en geen indeling van personen. Je kunt de patronen naast de wetenschappelijke indeling leggen; de koppelingen hieronder zijn een interpretatie, geen vastgestelde gelijkstelling.
| Werkpatroon | Beschrijving | Mogelijke aansluiting bij COPE-schalen | Let op |
|---|---|---|---|
| Overcompenseren | Extra inspanning om de belasting op te vangen | Geen directe tegenhanger; raakt aan actieve coping | Kan kort werken en hulpbronnen uitputten |
| Prioriteren | Kiezen wat eerst moet | Planning; onderdrukken van concurrerende activiteiten | Hangt af van ervaren speelruimte |
| Afbakenen | Grenzen stellen aan wat men oppakt | Geen één-op-éénequivalent; raakt aan planning | Kan wijzen op ervaren overbelasting |
| Uitstellen | Handelen naar later verschuiven | Terughoudendheid (restraint coping) of vermijding | Bewust wachten of ontwijken |
| Terugtrekken | Minder betrokkenheid of contact | Gedragsmatige of mentale ontkoppeling | Tijdelijk herstel of blijvende afhaking |
| Blokkeren | Niet meegaan in de verandering | Kan lijken op ontkenning of bewuste weigering | Niet hetzelfde als bezwaar of weerstand |
Copingstrategie en verwante begrippen vergeleken
| Begrip | Waar gaat het over? | Hoe onderzoek je het meestal? | Gebruik in onderzoek |
|---|---|---|---|
| Copingstrategie | Wat mensen doen of denken om met een belasting om te gaan | Situationele vragenlijst (bijv. Brief COPE), interviews, observatie | Beschrijven welke reacties een groep in een context laat zien |
| Appraisal | Hoe iemand beoordeelt wat er op het spel staat en wat mogelijk is | Vragen naar belang, dreiging en mogelijkheden | Verklaren waarom groepen verschillend reageren |
| Stress | De ervaren spanning en de lichamelijke reactie daarop | Zelfrapportage, fysiologische metingen | Zie het artikel Stress en breinmetingen |
| Emotionele pijn | De huidige ongewenste ervaring van een doelgroep | Kwalitatief en kwantitatief doelgroeponderzoek | Zie Wat is emotionele pijn in een doelgroepkaart? |
Coping gaat dus over de reactie op een belasting. De oorzaak van die belasting onderzoek je apart, bijvoorbeeld met de aanpak uit Hoe onderzoek je de oorzaak van het belangrijkste pijnpunt?.
Zo gebruik je copingstrategie in doelgroep- en communicatieonderzoek
- Benoem de belastende situatie. Beschrijf welke eis of verandering je onderzoekt, voor wie en in welke periode.
- Onderzoek de appraisal. Vraag wat er voor mensen op het spel staat en welke mogelijkheden zij zien.
- Kies een passende meetwijze. Combineer open vragen met een situationele vragenlijst als die past. Gebruik schalen afzonderlijk en maak geen totaalscore. Controleer de meeteigenschappen in je eigen steekproef.
- Beschrijf groepspatronen, geen personen. Rapporteer welke strategieën in een groep voorkomen en wanneer. Trek geen conclusies over individuen.
- Beoordeel strategieën in hun context. Vraag per patroon wat het de groep oplevert en kost, zonder vooraf het label adaptief of onadaptief.
- Vertaal naar toetsbare keuzes. Formuleer welke ondersteuning, planning of boodschap zou kunnen aansluiten, en toets dat. Houd rekening met privacy: vragen over omgaan met spanning kunnen gevoelig zijn, dus werk vrijwillig, vertrouwelijk en op groepsniveau.
Fictief voorbeeld: klantenservice stapt over naar chat
Dit voorbeeld is fictief en bedoeld als illustratie. Er zijn geen onderzoeksresultaten.
Situatie. Een bank laat klantenservicemedewerkers overstappen van telefoon naar een chatkanaal. Op piekmomenten lopen meerdere gesprekken tegelijk en groeit de wachtrij zichtbaar.
Keuzevraag. Hoe richt de bank de overgang en de interne communicatie zo in dat medewerkers de piekdrukte kunnen hanteren?
Beschikbare informatie. Teamleiders melden dat sommige medewerkers extra diensten opvangen, anderen de training uitstellen en een deel zich tijdens pieken terugtrekt uit het teamoverleg.
Passende aanpak. De bank onderzoekt eerst de appraisal: wat staat er voor medewerkers op het spel en welke mogelijkheden zien zij? Daarna volgen interviews en een situationele vragenlijst over de afgelopen vier weken, met afzonderlijke schalen en rapportage per groep.
Mogelijke interpretatie. Stel dat een groep prioriteert en afbakent, terwijl een andere groep uitstelt omdat het oefenmoment samenvalt met drukke diensten. Dan is uitstellen hier mogelijk een reactie op de planning en geen onwil. Dat is een hypothese, geen uitkomst.
Vervolgstap. Test een aanpassing, zoals een oefenmoment buiten de piekuren of een maximum aan gelijktijdige chats, en meet vooraf bepaalde uitkomsten. Groepsdata zijn geen basis voor individuele begeleiding.
Veelgemaakte fouten en interpretatiegrenzen
- Coping als karaktertrek lezen. Coping verandert met situatie en appraisal; een patroon in één context voorspelt niet vanzelf gedrag in een andere.
- Strategieën vooraf als goed of slecht bestempelen. Onderzoek wijst erop dat de passendheid afhangt van de situatie en van flexibiliteit.
- Een totaalscore of copingstijl berekenen. De auteur van de Brief COPE raadt dat af; rapporteer schalen afzonderlijk.
- Samenhang als oorzaak lezen. Veel copingonderzoek is correlationeel; een verband tussen strategie en uitkomst bewijst niet dat de strategie de uitkomst veroorzaakt.
- Groepsdata op individuen toepassen. Een groepspatroon is geen diagnose. Doelgroeponderzoek is geen klinische beoordeling en geeft geen therapeutisch advies.
- De werkindeling als gevalideerd model presenteren. Patronen als uitstellen of blokkeren zijn redactionele labels; onderbouw ze met eigen data.
Conclusie
Het transactionele stressmodel laat zien dat coping afhangt van appraisal en per situatie verandert. Indelingen zoals probleemgericht en emotiegericht coping of de schalen van de COPE helpen bij ordenen, maar zijn niet onomstreden. Geen strategie is vanzelf goed of slecht. Gebruik het begrip daarom om groepspatronen in een concrete context te beschrijven en te toetsen, niet om mensen te labelen.
Begrippen
- copingstrategie
- Een copingstrategie is een manier waarop mensen proberen om te gaan met spanning of met eisen die zij als belastend ervaren: door iets aan de situatie te doen, door hun gevoelens erover te reguleren of door zich erop voor te bereiden.
Veelgestelde vragen
Wat betekent copingstrategie?
Een copingstrategie is een manier waarop mensen proberen om te gaan met spanning of met eisen die zij als belastend ervaren. Het begrip komt uit het transactionele stressmodel van Lazarus en Folkman: coping is een proces dat per situatie verandert.
Hoe gebruik je copingstrategie in doelgroep- of communicatieonderzoek?
Je beschrijft eerst de belastende situatie en onderzoekt hoe de groep die beoordeelt. Daarna breng je in kaart welke strategieën voorkomen, rapporteer je op groepsniveau en vertaal je de patronen naar ondersteuning of boodschappen die je toetst.
Hoe onderbouw je uitspraken over copingstrategie?
Gebruik een situationele meting met afzonderlijke schalen, zoals de Brief COPE, eventueel aangevuld met interviews. Controleer de meeteigenschappen in je eigen steekproef en maak geen totaalscore. Voor een oorzakelijke uitspraak heb je een experimentele vergelijking of herhaalde metingen nodig.
Welke fouten maak je bij copingstrategie?
Veelvoorkomend zijn: coping als karaktertrek lezen, strategieën vooraf goed of slecht noemen, een totaalscore berekenen, samenhang als oorzaak lezen en groepsdata op individuen toepassen.
Wat is een praktisch voorbeeld van copingstrategie?
Een fictief voorbeeld: klantenservicemedewerkers van een bank stappen over naar chat met piekdrukte. Een groep blijkt de training uit te stellen omdat die samenvalt met drukke diensten. Een oefenmoment buiten de piekuren is dan een hypothese die je toetst.
Wat is het verschil tussen probleemgerichte en emotiegerichte coping?
Probleemgerichte coping probeert de situatie zelf te veranderen, bijvoorbeeld door te plannen. Emotiegerichte coping reguleert de emoties die de situatie oproept, bijvoorbeeld door steun te zoeken. De tweedeling is bekritiseerd als te grof.
Bronnen
- 1.Lazarus & Folkman (1984). Stress, appraisal, and coping. - Springer Publishing Company, New York (boek) (1984)
- 2.Folkman e.a. (1986). Dynamics of a stressful encounter: Cognitive appraisal, coping, and encounter outcomes. - Journal of Personality and Social Psychology, 50(5), 992-1003 (1986)
- 3.Carver e.a. (1989). Assessing coping strategies: A theoretically based approach. - Journal of Personality and Social Psychology, 56(2), 267-283 (1989)
- 4.Carver (1997). You want to measure coping but your protocol's too long: Consider the Brief COPE. - International Journal of Behavioral Medicine, 4(1), 92-100 (1997)
- 5.Skinner e.a. (2003). Searching for the structure of coping: A review and critique of category systems for classifying ways of coping. - Psychological Bulletin, 129(2), 216-269 (2003)
- 6.Aspinwall & Taylor (1997). A stitch in time: Self-regulation and proactive coping. - Psychological Bulletin, 121(3), 417-436 (1997)
- 7.Folkman & Moskowitz (2004). Coping: Pitfalls and promise. - Annual Review of Psychology, 55, 745-774 (2004)
- 8.Bonanno & Burton (2013). Regulatory flexibility: An individual differences perspective on coping and emotion regulation. - Perspectives on Psychological Science, 8(6), 591-612 (2013)
- 9.Cheng e.a. (2014). Coping flexibility and psychological adjustment to stressful life changes: A meta-analytic review. - Psychological Bulletin, 140(6), 1582-1607 (2014)
Verwante onderwerpen
Gecontroleerd door: Martijn den Otter · Laatst gecontroleerd: 30-9-2026
Martijn den Otter
Oprichter van Neurofactor. Expert in neuromarketing en consumentenpsychologie.
LinkedIn →